Ik
Wij kunnen bij het ‘ik’ zien dat het afkomstig is van het element vuur.
Je kunt in jezelf ervaren dat datgene waar ‘jij’ voor staat als een vuurtje in je brand.
De wezensdelen hebben ondanks dat ze niet allemaal een stoffelijk lichaam zijn, wel een stoffelijke uitingsvorm.
Het vuur, de warmte in je lichaam komt tot uiting in je doorbloeding. Koude handen en voeten zijn een uitingsvorm van een slechte doorbloeding.
Deze wezensdelen grijpen in elkaar in de mens, als een samengaan van materie en geest.
Daardoor kunnen we In de ziel hartewarmte (hartelijkheid) ervaren of in de geest vuur zoals enthousiasme.
Astraallichaam
Het astrale in de mens is afkomstig van het element lucht of licht.
Je kunt in jezelf ervaren dat emoties licht en luchtig zijn en moeten blijven. Gevoelens kan je niet zien zoals je het fysiek kan waarnemen of zoals je vitaliteit gedeeltelijk kan waarnemen.
In het lichaam nemen we de lucht voornamelijk waar in de longen en het ademhalingsstelsel.
Het astraallichaam doortrekt tevens het gehele lichaam. Elke lichaamscel ademt en heeft lichtkarakter, maar ook onze ziel kan licht of duister zijn en in onze geest (denken) kan er ons een licht opgaan (idee).
Etherlichaam
Het etherische in de mens is afkomstig van het element water.
Het ‘sappige’ wat door het element water wordt veroorzaakt geeft aan hoe vitaal iets is.
Water of vocht treffen we in ons lichaam aan in de klier- en lymfesystemen en in de stofwisseling.
Het etherlichaam kunnen we lichamelijk beleven als we ons vitaal voelen en er vitaal uitzien. Zijn we niet fit, dan voelen we ons minder prettig (astraal) en kost het ons moeite om te denken. (ik)