Rudolf Steiner
Antroposofische dieettherapie
Antroposofische menskunde
Ziekte en gezondheid
Literatuur
Antroposofie

Rudolf Steiner

Rudolf Steiner, (1861 – 1925) de grondlegger van de antroposofie, geboren in Kroatië als zoon van Oostenrijkse ouders, heeft door middel van geesteswetenschappelijk onderzoek nieuwe kennis kenbaar gemaakt over ons menselijke bestaan. Hij noemde deze kennis ‘Antroposofie’ oftewel ‘ wetenschap van de mens’.
Antropos = mens
Sophie = weten(schap), wijsheid
Daarmee ontstond er naast de gangbare menswetenschap, opnieuw een holistische menswetenschap waarbij de mens niet alleen benaderd wordt als een lichaam, maar ook als ziel en geestwezen .
De geesteswetenschap, is een wetenschap waarbij het wetenschappelijke aspect zich niet beperkt tot kennis van materiële elementen, maar zich uitbreidt over ziel en geest.
Daarmee knoopt de antroposofische kennis aan bij andere holistische menskundige denkbeelden uit de Grieks-Romeinse, Egyptische en Indische geschiedenis. De blik wordt echter niet gericht op het verleden, maar op onze huidige tijd, waarin er geheel nieuwe ontwikkelingen gaande zijn. Antroposofie onderzoekt wetenschappelijk de mensheid van nu als een dynamisch geheel. Van daaruit is antroposofie een wetenschap die voortdurend in beweging is, zoals het leven zelf ook beweeglijk van aard is.

Antroposofische dieettherapie en voedingsvoorlichting

Een antroposofische diëtist geeft voedings- of dieetadviezen vanuit de antroposofische geneeskunde.
Voedingswetenschap vanuit de antroposofie kenmerkt zich door niet alleen de materiële eigenschappen van voeding te onderzoeken (eiwitten, vetten, koolhydraten, vitamines en mineralen etc.), maar ook de vitaliserende werking en het effect op onze ziel en geest.
Antroposofische dietetiek betreft een voedings- of dieetadvies op basis van deze voedingskennis met als doel het zelfgenezende vermogen van de mens te versterken.
Zoals een spier sterk wordt door beweging en slap bij bedlegerigheid, zo wordt het lichaam gezond door het enerzijds aan het werk te zetten, anderzijds door het niet over te belasten.
Bijvoorbeeld bij een vitaminegebrek kan het advies tijdelijk een vitaminepreparaat zijn, maar in de meeste gevallen zal een voeding geadviseerd worden die het lichaam stimuleert om zelf vitamines beter te gaan opnemen.

Voeden is een vorm van opnemen van de buitenwereld in onze binnenwereld. De informatie vanuit de buitenwereld moeten we verteren om het tot binnenwereld te maken. We spreken over ‘stof wisselen’ als we de inwerking van de buitenwereld ‘verteren’. Dat is niet hetzelfde als ‘voeden’. Op zoek gaan naar wat iemand werkelijk voedt is de doelstelling tijdens een consult.

Ziekte kan gezien worden als een onevenwichtigheid in de totale mens. Werkelijke voeding (een goed dieet) heeft tot gevolg dat een mens weer in balans kan komen.
‘De’ gezonde voeding bestaat in feite niet. Ieder mens zou zijn voeding moeten afstemmen op de situatie waarin hij zich begeeft.
Zoals iemand door stress uit balans kan raken, zo kan ook de vertering overbelast raken, waarbij een specifieke voeding voor balans kan zorgen, net als rust.
Onze voeding reikt verder dan alleen de producten die we eten. Voeding voor ziel en geest is even belangrijk als de bouwstoffen voor het lichaam en het beschikken over voldoende levenskracht. Wat voeding voor de ziel is in een stoffelijke vorm (chocolade bijvoorbeeld), kunnen wij ons zelf ook geven met onstoffelijke vormen van genieten.

Zo is binnen het opzoek gaan naar wat ons werkelijk voedt, het ‘totale voedingspatroon’ een aandachtspunt tijdens de begeleiding.

Antroposofische menskunde

De vier wezensdelen Ons lichaam, ons fysiek lichaam is een duidelijk waarneembaar en tastbaar deel van de mens, maar ook van een dier, een plant en een mineraal. Alles wat zichtbaar is via ons oog bezit een fysiek (stoffelijk) lichaam. Eigenlijk bestaat al het tastbare, - de aarde als geheel - uit een fysiek lichaam, stof of materie. Naast een fysiek lichaam, kunnen wij ons zelf ervaren als energiek of moe, waarmee het zichtbaar wordt dat we een vitaliteitmechanisme in ons hebben. Dit wordt ook wel het etherlichaam genoemd. Dit etherische aspect in het fysiek hebben we als mens gemeen met de planten. Een plant kan verdorren, iets wat een steen niet zal gebeuren. Daarnaast ervaren wij in onszelf emoties die voortkomen uit een onderdeel van de mens dat we het astrale lichaam noemen in de antroposofie. Dit astrale aspect in het fysieke en etherische, hebben wij gemeen met de dieren. Een dier kan pijn waarnemen, iets wat een plant niet kan ervaren. Etherlichamen en astraallichamen bij mensen, dieren en planten kan je zien als niet-stoffelijke lichamen die in ons fysiek lichaam werken. In de mens verwerkelijkt zich boven het etherisch lichaam en het astraal lichaam een individueel geestwezen. De mens beleeft zichzelf als een individu. Hij ontwikkelt zelfbewustzijn. De menselijkheid wordt bepaald door zijn ‘ik’. De menselijke gestalte met onze verticale lichaamshouding, onze bewegingen, ons spreken, onze manier van denken, alles is de uitdrukking van onze persoonlijkheid. Dat menselijke noemen we ook wel ons ik of de ik-organisatie. Aangezien alle natuurrijken in de mens vertegenwoordigt zijn, kunnen we hem in vier wezensdelen indelen:
       Fysiek lichaam
       Etherlichaam
       Astraal lichaam
       Ik

De wezensdelen zijn nauw verbonden met de 4 elementen van het leven, zoals wij ze kennen.

WezendsdelenElementOrgaan
Fysiek lichaamAarde (materie)Lichaamsbouw/erfelijkheid
EtherlichaamWater (vloeistof)Klier en lymfesystemen/stofwisseling
AstraallichaamLucht (licht)Ademen
IkVuur (warmte)Bloed

Ik
Wij kunnen bij het ‘ik’ zien dat het afkomstig is van het element vuur.
Je kunt in jezelf ervaren dat datgene waar ‘jij’ voor staat als een vuurtje in je brand.
De wezensdelen hebben ondanks dat ze niet allemaal een stoffelijk lichaam zijn, wel een stoffelijke uitingsvorm.
Het vuur, de warmte in je lichaam komt tot uiting in je doorbloeding. Koude handen en voeten zijn een uitingsvorm van een slechte doorbloeding.
Deze wezensdelen grijpen in elkaar in de mens, als een samengaan van materie en geest.
Daardoor kunnen we In de ziel hartewarmte (hartelijkheid) ervaren of in de geest vuur zoals enthousiasme.

Astraallichaam
Het astrale in de mens is afkomstig van het element lucht of licht.
Je kunt in jezelf ervaren dat emoties licht en luchtig zijn en moeten blijven. Gevoelens kan je niet zien zoals je het fysiek kan waarnemen of zoals je vitaliteit gedeeltelijk kan waarnemen.
In het lichaam nemen we de lucht voornamelijk waar in de longen en het ademhalingsstelsel.
Het astraallichaam doortrekt tevens het gehele lichaam. Elke lichaamscel ademt en heeft lichtkarakter, maar ook onze ziel kan licht of duister zijn en in onze geest (denken) kan er ons een licht opgaan (idee).

Etherlichaam
Het etherische in de mens is afkomstig van het element water.
Het ‘sappige’ wat door het element water wordt veroorzaakt geeft aan hoe vitaal iets is.
Water of vocht treffen we in ons lichaam aan in de klier- en lymfesystemen en in de stofwisseling.
Het etherlichaam kunnen we lichamelijk beleven als we ons vitaal voelen en er vitaal uitzien. Zijn we niet fit, dan voelen we ons minder prettig (astraal) en kost het ons moeite om te denken. (ik)

Ziekte en gezondheid bezien vanuit de antroposofie

Wat is gezondheid?
Je kunt je afvragen hoe ziekte ontstaat, maar ook hoe gezondheid ontstaat. Sommige mensen zijn bijvoorbeeld heel gezond, ondanks dat ze hun hele leven gerookt hebben. Hoe is dat mogelijk?
Om dat te kunnen begrijpen moet je kijken naar de totale mens in zijn (sociale)omgeving.
Aaron Antonovsky (een medisch-socioloog) noemt drie (hoofd)oorzaken voor het ontstaan en in stand houden van gezondheid. Ook wel salutogenese genoemd.

1. Het overwinnen van een onbalans in de stofwisseling. Die kan optreden door voeding, beweging, rust, wisseling van klimaat en andere storingen.
Elk organisme, elk orgaan, elke individuele cel bevindt zich voortdurend tussen gezondheid en ziekte in. Op elk ogenblik kan er nieuwe gezondheid ontstaan door overwinning van storende factoren. Maar ook ziekte als die factoren niet worden overwonnen.
2. De mogelijkheid om alles wat men tegenkomt op zinvolle wijze te verwerken en in zijn referentiekader positief te integreren.
Het referentiekader is een totaalbeeld van de wereld dat open en in ontwikkeling hoort te zijn en dat door elke nieuwe ervaring veranderd en aangevuld kan worden. Hoe zinvoller de verschillende ervaringen in het dagelijks leven kunnen worden gepast in ons totaalbeeld van de wereld, des te gezonder is de mens en des te steviger en inspirerend is de basis van de manier waarop hij de wereld beschouwt.
3. Een succesvolle omgang met stressfactoren en tegenslagen in het leven door veerkracht. Deze veerkracht uit zich in de mate van aanpassing of de kunst om met problemen om te gaan. Door ervaringen te verwerken lijdt met niet onder belasting, angst, stress, verlies, afzondering of andere situaties. Dit noemt men ‘veerkracht’. Factoren die leiden tot veerkracht en deze kunnen beďnvloeden zijn:

a. van iemand liefde en aandacht ontvangen
b. een positief wereldbeeld
c. vertrouwen in de toekomst
d. zin kunnen geven aan het eigen leven, door problemen en conflicten in het eigen leven te integreren en te verwerken>br> e. uiterlijke zekerheid en een hoge levensstandaard
f. een stabiele sociale omgeving

In deze zin is gezondheid het vermogen van een mens om eenzijdige belasting in evenwicht te brengen en voortdurend mogelijke ziektetendensen tegen te gaan. Hoe op een bepaald moment de labiele evenwichtstoestand tussen de oplossende en verhardende fysiologische processen tot stand komt, hoe de warmteregulatie, een adequate zuurstofvoorziening en het juiste voedingsaanbod op elkaar afgestemd worden is voor elk mens een individuele opdracht. Hiervoor is zowel verzorging en ondersteuning alsook het opbouwen en onderhouden van de verwerkingsmogelijkheden op psychisch en geestelijk niveau nodig.
Verder is gezondheid ook een goed georganiseerd samenspel van lichamelijke en psychisch-geestelijke functies en activiteiten.

Het ontstaan van ziekte
Hierin is niet de ziekteverwekker het belangrijkste aspect, maar de vraag welke factoren uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor de (immunologische) zwakheid op lichamelijk, psychisch en geestelijk niveau, waardoor de ontvankelijkheid voor de ziekteverwekkers is ontstaan. Deze zijn bijvoorbeeld:
Op lichamelijk niveau: genetische oorzaken, slechte voeding of ondervoeding als ook weinig slaap en/of beweging, onderkoeling.
Op psychisch niveau: stress, overbelasting, angst, verveling, depressie, shocktoestanden, ontevredenheid en relatieproblemen.
Op geestelijk niveau: gebrek aan idealisme, motivatie, geestelijke voeding en stimulering.

Over de zin van ziekte
De mens kan, in tegenstelling tot het dier, meer ‘mens’ worden en zich gedurende zijn leven blijven ontwikkelen. Daarbij zijn (helaas) pijn en lijden zijn stimulerende begeleiders.
Ook al is het de taak van een arts om alles te doen om het menselijke lijden te verminderen en pijn dragelijker te maken en naar genezing toe te werken, het doormaken van ziekte-ervaringen is een wezenlijk bestanddeel van het menselijke bestaan.
Zo is het mogelijk bij de mens naar de zin van individuele ziektevormen te kijken. Elke ziekte heeft betrekking op andere gebieden en processen van het menselijke organisme en leidt tot verschillende ervaringen.
De zin van ziekte zal altijd overal hetzelfde zijn: beter worden.

Literatuur

Jong V. de: “Als je lang ziek bent moet je goed eten” Dieetadviezen voor kankerpatiënten, bij multiple sclerose en reuma.
Zeist, Christofoor 1985
Renzenbrink U. “Zeven Granen”
Zeist, Vrij Geestesleven.
Renzenbrink U. “Antroposofische voedingsleer”
Zeist, Vrij geestesleven
Jong V. de: “Gezond en lekker eten” Kookboek voor volwaardige voeding
Zeist, Christofoor, 2002